Hoeveel belasting betaal ik over mijn vermogen?
Over je spaargeld en beleggingen betaal je belasting in box 3. De Belastingdienst gaat daarbij uit van een vast rendement: in 2026 is dat 1,28% over bank- en spaartegoeden en 6,00% over beleggingen en overige bezittingen. Daar betaal je 36% belasting over, en over de eerste € 59.357 per persoon betaal je niets. Was je werkelijke rendement lager, dan mag je dat aantonen en wordt de belasting geheven op het werkelijke bedrag aan rendement. Bij dat werkelijke rendement vervalt wel de vrijstelling. Doordat de vrijstelling wegvalt, levert de berekening over het werkelijk rendement voor spaarders zelden een lagere belasting op.
De Belastingdienst weet niet wat jouw beleggingen hebben opgeleverd. Bij de aangifte hoef je het ook niet op te geven. Toch staat er elk jaar een bedrag op je aanslag voor de belasting over je spaargeld en beleggingen, box 3 in belastingtaal.
Dat komt doordat de wet uitgaat van een rendement dat je verondersteld wordt te halen. Verdiende je in werkelijkheid meer op je vermogen dan het veronderstelde rendement? Dat maakt voor de te betalen belasting niet uit. Maar was je rendement minder? Dan kan het als oneerlijk worden gezien: belasting betalen over rendement dat je niet hebt ontvangen. Precies daarover procedeerden belastingbetalers jarenlang, en met succes.
Met welk rendement rekent de Belastingdienst?
Met drie vaste percentages, elk voor een ander soort bezit. Voor 2026 zijn dat:
| Wat je hebt | Verondersteld rendement |
|---|---|
| Bank- en spaartegoeden | 1,28% |
| Beleggingen en overige bezittingen | 6,00% |
| Schulden (gaat eraf) | 2,70% |
Over de uitkomst betaal je 36% belasting. De eerste € 59.357 van je vermogen blijft buiten schot, en met een fiscale partner is dat € 118.714 samen.
Twee van die drie percentages staan nog niet vast. Alleen de 6,00% voor beleggingen is definitief. Het percentage voor spaargeld en dat voor schulden worden pas achteraf vastgesteld, als bekend is wat de spaarrente dat jaar werkelijk deed. Voor 2025 gebeurde dat op 12 februari 2026, ruim een jaar na de peildatum van 1 januari 2025. Je weet dus pas achteraf precies wat je over een jaar betaalt.
Wat betaal je bij € 300.000?
Neem iemand met € 100.000 op de spaarrekening en € 200.000 in beleggingen, zonder fiscale partner en zonder schulden.
Het veronderstelde rendement is € 1.280 over het spaargeld (1,28% van € 100.000) plus € 12.000 over de beleggingen (6,00% van € 200.000), samen € 13.280. Daarvan wordt niet alles belast: door het heffingsvrije vermogen blijft er € 10.651 over. De aanslag: € 3.834.
Dat is 1,3% van het vermogen, elk jaar opnieuw. Bij een belegging die 6% doet is dat ruim een vijfde van het rendement. Bij spaargeld dat 1,5% doet is het meer dan de helft.
De rekenstap die niemand ziet aankomen
Je zou verwachten dat het heffingsvrije vermogen gewoon van je vermogen af gaat. Zo werkt het niet.
De Belastingdienst rekent het heffingsvrije vermogen om naar een percentage van je totale vermogen, en dat percentage gaat vervolgens over je hele veronderstelde rendement heen. In het voorbeeld hierboven: € 240.643 van € 300.000 is 80,21%, en dus wordt 80,21% van die € 13.280 belast. De methode wordt op de website van de Belastingdienst stap voor stap uitgelegd.
Het verschil lijkt klein, maar het zit hem in de verdeling. Die 80,21% drukt óók op het spaardeel, waar je rendement al laag is. Wie zijn vermogen op de spaarrekening laat staan, betaalt via deze stap mee aan het hogere percentage van zijn beleggingen. Hoe schever je vermogen verdeeld is, hoe vreemder dat uitpakt.
Sinds 2025 mag je bewijzen dat je minder verdiende
De Hoge Raad oordeelde in het Kerstarrest van december 2021 en opnieuw in juni 2024 dat deze manier van heffen mensen benadeelt die minder verdienen dan het veronderstelde rendement. Sinds 1 juli 2025 staat de uitweg in de wet: je mag aantonen dat je werkelijke rendement lager was, en dan telt dat werkelijke bedrag aan rendement voor de bepaling van de te heffen belasting.
Terug naar dezelfde persoon met € 300.000. Stel dat de beurs tegenzat: de beleggingen zakken van € 200.000 naar € 190.000 en het spaargeld levert € 1.500 rente op. Het werkelijke rendement is dan € 1.500 min € 10.000 koersverlies, oftewel € 8.500 negatief. Dat wordt op nul gezet, en de aanslag gaat van € 3.834 naar nul.
Dat is een echte besparing. Soms een uitkomst, maar vaak valt de tegenbewijsregeling voor mensen met vermogen toch tegen.
Waarom tegenbewijs voor spaarders bijna nooit helpt
Bij het werkelijke rendement vervalt het heffingsvrije vermogen. Je vergelijkt dus een volledig belast bedrag met een bedrag waar de vrijstelling al vanaf is.
Neem een spaarder met € 100.000 en niets anders. Volgens het forfait betaalt hij € 187 per jaar. Zijn bank geeft 1,0% rente, dus hij ontvangt € 1.000. Dat is minder dan de 1,28% waar de Belastingdienst mee rekent, en toch schiet hij niets op met tegenbewijs: dat volle bedrag van € 1.000 is meer dan de € 520 die na de vrijstelling van het forfait overblijft. Het forfait blijft gunstiger, en hij blijft € 187 betalen.
De regel is ruwweg deze. Tegenbewijs helpt pas als je vermogen fors boven de vrijstelling uitkomt én je rendement echt is ingezakt. Voor wie vooral spaart, is het vrijwel altijd verloren moeite.
Wat telt als werkelijk rendement, en wat niet
Drie dingen die anders uitpakken dan de meeste mensen verwachten.
Waardestijging telt mee, ook zonder verkoop. Staan je aandelen op 31 december hoger dan op 1 januari, dan is dat verschil rendement. Ook als je niets verkocht hebt en er geen euro naar je rekening ging. Je rekent daarbij met je bezittingen min je schulden, en bijstortingen tellen niet mee als rendement, opnames niet als verlies.
Let op: dit geldt ook voor vastgoed. Steeg de waarde van een tweede woning? Dan heb je op dit deel van je vermogen een positief rendement behaald, dat mede bepaalt wat het werkelijke rendement op je gehele vermogen was.
Kosten mag je niet aftrekken. Aankoopkosten, beheerkosten, onderhoud van een tweede woning: allemaal niet. Eén uitzondering: rente die je betaalt over een schuld in box 3. Die geldt niet als kostenpost maar als negatieve opbrengst, en gaat dus wel van je rendement af. De drempel van € 3.800 die bij het forfait op je schulden zit, geldt hier niet: de rente telt voor het volle bedrag.
Een verliesjaar levert niets op voor later. Een negatief rendement wordt op nul gezet. Je betaalt dat jaar niets, maar je neemt het verlies niet mee naar een jaar waarin het wel goed ging.
Hoe geef je het door?
Voor de belastingjaren 2017 tot en met 2024 gaat dat via een apart formulier, de Opgaaf werkelijk rendement. Vanaf belastingjaar 2025 hoort het gewoon in je aangifte inkomstenbelasting.
Je kunt met de box 3-rekentool allebei de berekeningen naast elkaar zetten en zien welke voor jou lager uitvalt, voordat je aan het invulwerk begint.
Verandert het stelsel in 2028?
Het kabinet wilde vanaf 1 januari 2028 heffen over het rendement dat je werkelijk hebt gemaakt, in plaats van over een verondersteld rendement. Zo ver is het niet gekomen. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel op 12 februari 2026 aan, maar in de Eerste Kamer is de stemming uitgesteld.
In de onderhandelingen rondom Prinsjesdag 2026 is besloten het voorstel voorlopig te laten liggen. Het blijft in de Eerste Kamer, maar wordt niet behandeld, en de coalitie legt de vraag hoe box 3 er dan wél uit moet zien voor aan werkgevers en vakbonden. Vooral de VVD wil een heffing waarbij je pas betaalt als je je winst hebt verzilverd, dus niet over een waardestijging die alleen op papier bestaat. Elk jaar dat het uitstel duurt kost de schatkist bijna € 2,5 miljard, en dat begint te tellen vanaf 2028. Pas als een nieuwe wet in het Staatsblad wordt gepubliceerd, kan de invoeringsdatum bij koninklijk besluit worden vastgesteld.
Tot die tijd blijft het huidige stelsel gelden, met de tegenbewijsregeling ernaast. Dat is de merkwaardige situatie waar we nu in zitten: een heffing die de rechter afkeurde, aangevuld met een tijdelijke oplossing, in afwachting van een opvolger die er nog niet is.
Levert dat nieuwe stelsel dan lagere belastingen op voor mensen met vermogen? Dat hangt af van welk stelsel het wordt. Belasting over je werkelijke rendement is in de basis eerlijker, niet lager: in een goed beursjaar betaal je er meer mee dan nu over het veronderstelde rendement. Wordt het een heffing die pas aangrijpt als je verkoopt, dan verschuift vooral het moment waarop je betaalt.
Veelgestelde vragen
Hoeveel belasting betaal ik over mijn spaargeld?
In 2026 rekent de Belastingdienst met een rendement van 1,28% over bank- en spaartegoeden, en heft daar 36% belasting over. Over de eerste € 59.357 per persoon betaal je niets. Bij € 100.000 spaargeld komt dat neer op € 187 per jaar.
Wat is de tegenbewijsregeling?
Sinds 1 juli 2025 mag je aantonen dat je werkelijke rendement lager was dan het bedrag waar de Belastingdienst mee rekent. Is dat zo, dan wordt de belasting over je werkelijke rendement berekend. De regeling staat in artikel 5.25 van de Wet inkomstenbelasting 2001 en komt voort uit uitspraken van de Hoge Raad.
Telt koerswinst mee die ik nog niet verzilverd heb?
Ja. Bij het werkelijke rendement telt de waardestijging van je bezittingen mee, ook als je niets verkocht hebt. Papieren winst is dus belast. Een papieren verlies verlaagt je rendement net zo goed. Dit geldt voor alle beleggingen, dus ook voor vastgoed, crypto en grondstoffen zoals goud.
Mag ik mijn kosten aftrekken?
Nee, op één uitzondering na. Aan- en verkoopkosten, beheerkosten en onderhoud van een tweede woning mag je niet aftrekken. Rente die je betaalt over een schuld in box 3 wel.
Wat gebeurt er als mijn rendement negatief was?
Een negatief werkelijk rendement wordt op € 0 gezet. Je betaalt dan geen belasting over dat jaar, maar je kunt het verlies niet verrekenen met een ander jaar.
Lees ook
- Wat is financiële onafhankelijkheid?
- Hoeveel geld heb ik nodig om financieel onafhankelijk te zijn?
- Wat is de 4%-regel?
- Wat is FIRE (financieel onafhankelijk, eerder stoppen met werken)?
- Hoeveel moet ik sparen om eerder te stoppen met werken?
- Wanneer ben je financieel onafhankelijk?
- Welke aannames gebruikt de FO-planner?
Bronnen
- Belastingdienst: hoe is het box 3-inkomen op mijn voorlopige aanslag 2026 berekend
- Belastingdienst: wat is mijn werkelijk rendement
- Belastingdienst: veelgestelde vragen over de Opgaaf werkelijk rendement
- Staatscourant 2026, 3708: vaststelling forfaitaire percentages 2025
- Rijksoverheid: box 3, rechtsherstel en tegenbewijsregeling
- Eerste Kamer: wetsvoorstel 36748, Wet werkelijk rendement box 3
- Het Financieele Dagblad, 1 september 2026: Coalitie stelt besluit box 3 uit, en dat kan miljarden kosten
- NOS: onduidelijkheid over box 3 blijft, coalitie wil wetsvoorstel vooruitschuiven
Laatst gecontroleerd: 9 september 2026. Deze uitleg is indicatief en educatief. Geen persoonlijk financieel advies.